RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Gedicht 'Onrust in het hart'
(28 januari 2005)


Goedendag,

Ik ben al lange tijd op zoek naar een nederlands gedicht ‘onrust in het hart’, het kan van rond 1880 of 1900 zijn, de auteur is me spijtig genoeg onbekend.
Moest U mij kunnen helpen ben ik zeer dankbaar.

Bij voorbaat dank, Edwin Wuyts (België)




Antwoord     (28 januari 2005)


Dag Edwin,

bedoel je misschien het gedicht van Jan Prins (1876-1948):


Daar breekt een nieuwe voorjaarsdag
     aan Hollands hemel uit.
Daar is verwachting in de lucht
     en ongewoon geluid.
Daar is beroering in de stad,
     gefluister in de straten...
En buiten ligt der weiden zee
     in nevelen, - verlaten.

Daar is bewogenheid in ’t oog
     en onrust in het hart.
Daar is de wreede zekerheid
     van nieuwe scheidingssmart.
Daar hoort men in de straten al
     ’t getrommel voor de troepen,
’t getrappel van de paarden slaan:
     de Keizer heeft geroepen.

De Keizer viert nog eens het feest
     van zijn geweldigheid.
Hij brengt zijn legers op de been,
     nu voor den laatsten strijd.
Hij wil nog eens de volheid van
     zijn alvermogen toonen, -
en ieder land, geduldig, zendt
     de besten zijner zonen.

Voorop, met zijn versierden stok
     komt de tamboer-majoor,
en al de jongens van de school,
     in zwermen, gaan ervoor.
En bij de brug, en op het plein
     stroomen de menschen samen.
En overal staan in de stad
     de meisjes aan de ramen.

De muzikanten doen hun best
     en blazen dat het klinkt,
en stappen door de voorjaarszon,
     die in het koper blinkt.
En rustig in den morgen stijgt
     de stem der klarinetten,
maar hooger klimt en lustiger
     ’t geschetter der trompetten.

Dan komt de kolonel te paard
     en dan, met trotsch gebaar
gedragen, komt het vaandel met
     den gouden adelaar,
en met de rafels aan den rand,
     en met de kogelgaten...
En dan, in langen, stillen drom,
     dan komen de soldaten.

Zij trekken zwijgend door de stad,
     en zwijgend gaan zij voort,
de welbekende huizen langs
     tot aan de Zuiderpoort.
En achter hen wordt in de stad
     gefluisterd en gemompeld...
Daar buiten ligt der weiden zee
     in nevelen gedompeld.

Zij trekken verder door de poort,
     zij gaan over de brug,
en langzaam keert men in de stad
     weer tot zijn werk terug.
Men blijft nog talmen aan de deur,
     men praat nog wat in groepen.
Dan gaan de moeders stil in huis. -
     De Keizer heeft geroepen.


Het is te vinden op de website Laurens Janszoon Coster (een website waar een grote verzameling Nederlandse literatuur en poezie te vinden is): http://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/
Dit gedicht (onder het kopje 1813), en nog vele andere van Jan Prins, is te vinden op: http://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/prins/

Hier is ook de bronvermelding te vinden. Een ander gedicht waar deze zin in voorkomt, kon ik zogauw niet achterhalen. Veel succes ermee!

Rozemarijn van Leeuwen.

RozemarijnOnline








Versanalyse en interpretatie


Home        Gastenboek        Gastenboek 2005