RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Elsschot
(24 februari 2011)


Hallo, kunt u dit misschien uitleggen? Wij moeten voor school een paar gedichten analyseren en dit is er een van.
Alvast heeeeel erg bedankt.


---


De Klacht van den Oude


Ik word aan 't oud zijn niet gewend.
De lichtelaaie die 'k heb gekend
zit nog te diep in mijne knoken
en blijft mij dag en nacht bestoken.

Mij beetren heb ik steeds gewild,
en menig, menig uur verspild
aan op te zien naar ginder boven,
aan bidden leeren en gelooven.

Helaas, ik schaam mij en beken
dat ik wel diep verdorven ben.
Want God en Ziel en andere dingen
waarvoor de menschen psalmen zingen,

Geweten, Vaderland in nood,
de Sterrenhemel en de Dood,
het wil, het wil tot mij niet spreken,
wat ik ook tracht het ijs te breken.

Maar waar ik w?l toe ben bereid,
dat is voor elke jonge meid
zooals er honderdduizend loopen,
de kleeren van mijn lijf verkoopen

en heel mijn huis en heel mijn vrouw.
Ik zou het doen, en geen berouw
zou in mijn oogen staan te lezen,
en 't zou nochtans een misdaad wezen.

Wanneer ik langs de huizen trek
loert men mij na, als ware ik gek,
alsof mijn plannen en mijn zonden
op mijnen rug te lezen stonden.

Ik ben een schurk, ik ben een hond,
geen rustplaats waard in heil'gen grond,
en 'k wil een hoog rantsoen betalen
voor elken bundel zonnestralen:

Maar laat mij doen met eigen vuur
wat ik verkies, zoolang ik duur.
En plaag ons niet: mij arme stakker,
en Satanlief, mijn laatste makker.


Willem Elsschot, 1910.
In: Forum, jaargang 2




Antwoord     (6 maart 2011)


Beste Anush,

Een late reactie van mij, ik was een weekje weg. Wellicht hebben jullie de opdracht ondertussen al in moeten leveren.

Voor de zekerheid een paar opmerkingen over het gedicht "De klacht van den oude".

Je had er niet bij geschreven wie de dichter was. Op het internet (dmv google) zag ik dat het is geschreven door Willem Elsschot, rond 1910. Hij was een belangrijke Vlaamse auteur in de eerste helft van de 20e eeuw, die zowel proza als poezie schreef. Je kunt meer informatie over hem vinden op bijv. Wikipedia nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Elsschot of in het KB dossier over Elsschot www.kb.nl/dossiers/elsschot/index.html.

Bij die laatste link vind je een passage over zijn poezie: "In zijn Nederlandse tijd schrijft Elsschot ook weer gedichten, nu geen romantische verzen meer, maar schrijnende commentaren op het dagelijks leven, die zowel sarcastisch en cynisch als ontroerend tegelijkertijd zijn. Het gedicht 'Het huwelijk', waarin een man het verstrijken van de tijd betreurt en met afgrijzen zijn verlepte echtgenote aanschouwt, bevat Elsschots beroemdste dichtregels:

'Maar doodslaan deed hij niet, want tusschen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.'

De gedichten die Elsschot in deze jaren schrijft, worden niet direct uitgegeven. Pas in 1934 verschijnen ze onder de titel Verzen van vroeger."

Het beroemde gedicht dat in het citaat hiervoor wordt genoemd, verscheen tegelijkertijd in een tijdschrift als het gedicht "De klacht van de oude". Hetzelfde thema is hierin te ontdekken: schrijnend commentaar op het dagelijkse leven, sarcastisch, cynisch en ontroerend tegelijk.

Ook in een column van Marita Mathijsen, in het NRC (2010) (weblogs.nrc.nl/wetenschap-columns/2010/10/23/de-troost-van-kunst/), vind je kort commentaar op dit gedicht:

"Willem Elsschots gedicht 'De klacht van een oude'. Dat gaat over een man die maar niet kan wennen aan zijn aftakeling: 'Ik word aan 't oud zijn niet gewend./ De lichterlaaie die ik heb gekend/ zit nog te diep in mijne knoken/ en blijft mij dag en nacht bestoken.' Hij zou voor een jonge meid zijn huis, zijn kleren en zijn vrouw willen verkopen, en hij zou er geen berouw over hebben."


Zo zijn er met een beetje googelen al een paar thema's en karakteriseringen van dit gedicht te vinden: schrijnend commentaar op het dagelijkse leven, sarcastisch, cynisch en ontroerend tegelijk; het gaat over een man die maar niet kan wennen aan zijn aftakeling, aan oud worden/zijn.

Het gedicht is een monoloog en bestaat uit een vaste vorm van vierregelige strofen met een vast rijmschema (aabb). De inhoud: het gaat over een man die er niet aan kan wennen om oud te worden (zie ook de titel: "De klacht van de oude"). Hij voelt zijn jeugd nog in zijn botten. Hij heeft in zijn jeugd veel tijd verspild aan religie (naar boven kijken, leren bidden en geloven); hij heeft niets met het geweten, het vaderland in nood, de dood. Hij verlangt naar een "jonge meid", hij zou daarvoor zijn kleren, zijn huis en zijn vrouw verkopen. Hij weet dat hij geen heilige is, maar een schurk. Maar hij wil blijven leven zoals hij dat zelf wil, al komt hij daardoor wellicht bij satan in de hel.

De oude man wil dus niet oud zijn, hij zou willen dat hij jong was en een jonge vrouw zou kunnen krijgen.

Succes ermee, met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

Close reading en interpretatie





Re:     (7 maart 2011)


hallo,

Heel erg bedankt, maar ik had het al ingeleverd. Bedankt voor uw moeite... :-(

GR. Anush








Versanalyse en interpretatie


Home        Gastenboek        Gastenboek 2011