RozemarijnOnline




Gastenboek van RozemarijnOnline






















Gastenboek literaire website RozemarijnOnline

Vraag en antwoord

home           gastenboek




Onderwerp: Thuiskomst
(12 maart 2011)


Beste Rozemarijn,

Ik moet voor een opdracht voor school het gedicht de thuiskomst van Ida Gerhardt interpreteren en alle stijlfiguren en beeldspraak eruit halen. Ik ben hier alleen heel erg slecht in en ik snap er helemaal niks van. Zou u mij kunnen helpen?

Alvast super bedankt voor de moeite!

Groetjes, Elise.

---

Dit is mijn droom - het kleine huis aan de rivier;
het rusteloze scheren van de zwaluw gaat er
langs dak en raam; de roodborst nestelt bij de vlier.
Een schip zeilt traag voorbij; de bel luidt over 't water.

En als ik nader waar de dijk zich buigt door 't land,
richt kort zich op die in de lage tuin gebogen
over de spade staat, - en met de vrije hand
weert zij het helle licht beschuttend van de ogen.

Hoe ken ik dit gebaar, hoe is het mij vertrouwd,
dit sterke opzien van wie daag'lijks naar de lucht en
het wiss'lend, open water turend, rustig oud
werd in dit dijkland en zijn ruime wolkenvluchten.

Er is een scherp herkennen van elkaar en
dan komt zij langs het smalle klinkerpad gelopen, -
maar keert nog terug en stoot de stroeve huisdeur open.
Dit ogenblik - wat tellen zóveel bitt're jaren?


Ida Gerhardt




Antwoord     (13 maart 2011)


Beste Elise,

van dit gedicht is een analyse te vinden op: Het Poëzie-Leestafel forum.

Vooral het derde berichtje hier, van een zekere Gert, geeft veel uitleg (eronder geeft hij nog aanvullende uitleg). Ik hoop dat je daar wat aan hebt.

Vriendelijke groet,

Rozemarijn.

Close reading en interpretatie

---

Analyse De thuiskomst, Ida Gerhardt.
Bron: Het Poëzie-Leestafel forum.


Voordat we biografische gegevens gaan inlezen in een gedicht, gaan we alle feiten van het vers verzamelen.

Vraag 1: Heeft het vers ook een titel? Antwoord: jazeker: THUISKOMST.

Vraag 2: In welke bundel is het vers verschenen? In KOSMOS 1940. Kosmos is haar eerste bundel. Ze was toen 35 jaar.

Nu gaan we het vers lezen:

De ik droomt haar thuiskomst. Ze (ik ga even uit van de veronderstelling dat de ik een vrouw is) beschrijft in strofe 1 het kleine huis aan de rivier. Het bepaalde lidwoord 'het' veronderstelt een bekend huis. Anders had ze 'een' gebruikt. Zwaluw en roodborst geven het huis perspectief. Het huis staat aan een rivier, waar een schip zeilt met een scheepsbel.

In strofe 2 gaat de droom door: de ik nadert het huis, waarin de tuin een vrouw staat te spitten. Die kijkt op en beschut met haar hand haar ogen tegen het felle licht.

Strofe 3: de ik herkent in haar droom dat gebaar. Het is haar zelfs vertrouwd. Ze neemt de tijd om in een paar regels dat opzien van de vrouw nader toe te lichten.

Strofe 4: De ik en de vrouw uit de tuin herkennen elkaar. De vrouw loopt haar tegemoet, maar keert terug en opent de huisdeur. Dat openen van de deur betekent veel voor de ik. Ze verzucht: 'Wat tellen zóveel bitt're jaren?'

Wat zegt die droom de lezer: Er komt iemand thuis na veel bittere jaren. Ze is dankbaar dat ze welkom is. Dat blijkt uit die veelzeggende laatste regel.



Nu ga ik naar de biografie van Gerhardt en ik vraag me af: kan ik daar wat mee?

Jazeker: Ze heeft een buitengewoon moeizame relatie gehad met haar ouders, vooral met haar moeder. In 1955 verscheen haar bundel LEVEND MONOGRAM. Het eerste deel is gewijd aan haar moeder. Ze schrijft daar onder andere

'zij, die mij heeft gedragen;
zij, die mij naar het leven stond
in al mijn levens dagen.'
(Gerhardt, 2001, p. 212)

Dat liegt er niet om. Tijdens haar studie is ze zelfs door haar ouders verbannen. Ze was niet meer welkom.

Ik ga nu niet meer zeggen over die rampzalige relatie met haar moeder. Het is duidelijk dat het vers THUISKOMST past in dit verhaal. Ze droomt in 1940 van verzoening, van welkom. Ze hunkerde als jonge vrouw naar herstel van de gebroken verhouding. Uit het feit dat ze in 1955 in LEVEND MONOGRAM nog schrijft dat haar moeder haar wilde verdrinken kunnen we de voorzichtige gevolgtrekking maken, dat het in wezen nooit meer goed is gekomen tussen die twee.

Dit zijn zomaar wat opmerkingen over de inhoud van THUISKOMST.

Leermomenten:

1. Citeer altijd het vers compleet met titel en bundel + jaar van verschijnen. En vermeld bij de naam van de auteur altijd de jaartallen.

2. Probeer eerst het vers te interpreteren door zo letterlijk mogelijk te lezen. Doe net of je niets van de auteur weet.

3. Laat ruimte voor onbegrepen woorden en zinnen. Liever iets open laten, dan onzin neerschrijven. Misschien vallen na herhaalde lezing onbegrepen stukjes op hun plaats.

4. Ga dan pas na of de biografie van de dichter je verder kan helpen bij het begrijpen van het vers.

5. De ik in een vers kan de dichter zijn. Je kunt wel zeggen dat dit vaak het geval is. Poëzie is in tegenstelling tot proza vaak autobiografisch. Zelfs bij indirecte lyriek heeft de dichter het meestal over zichzelf. Pas echter op: er zijn nogal wat uitzonderingen.

Ik laat de vorm van het vers nu onbesproken. Ik vind dat de vragenstelster zelf ook wel wat mag doen. Laat die eerst maar komen met een uitvoerige analyse van de vorm. Dan wil ik daar wel iets over zeggen. Als de vragenstelster nog weinig weet van poëzieanalyse kan zij terecht op m'n site http://gert.slings.nu onder handleiding.

Gert




VERVOLG


- het vers bestaat uit 4 kwatrijnen: 16 regels.

- als je ervan uitgaat dat het een jambisch vers is in grote lijnen, dan vallen nogal wat onregematigheden op.

Strofe 1: Het begint dan in r.1 met een antimetrie: 'Dit' heeft nadruk. De rest van regel 1 is onregelmatig: 'huis aan de rivier'
r. 2-4 zijn jambisch
Strofe 2: r.3 begint met een antimetrie: nadruk op over: ze buigt zich diep over de spade bij het spitten.
r.8 antimetrie: weert: ook weer nadruk op het weren van de zon.
r.9 antimetrie: Hoe
Strofe 4 antimetrie Dan: nadruk op het verrassende.
Laatste regel: Dit: nadruk.

Die antimetrieën wijzen op sterke emotionaliteit. Het is voor de ik een aangrijpende situatie. Zie mijn analyse. Bij het voordragen van het vers moeten die antimetrieën uit de verf komen.

- een mooi enjambement in de overgang van r 2 en 3. Het accentueert het scheren van de zwaluw.

Tot zover het metrum.

Gert




VERVOLG


Het natuurlijk lezen staat altijd voorop. Daarvoor moet je de tekst goed kennen. Als er tegenstellingen in de tekst voorkomen, moet je die duidelijk laten uitkomen. Het gedicht van Gerhardt kun je nooit goed lezen als je het niet begrijpt. Als je het wel goed doorhebt, lees je het gedicht ritmisch.

Ik geef even een omschrijving van ritme: de natuurlijke beweging van de zin, expressief gemaakt door de afwisseling van het dynamisch, temporeel en melodisch accent.

dynamisch= klemtoon; temporeel= tempo; melodisch= toonhoogte.

Dat ritme is een groot taalwonder. Zonder dat we erbij stilstaan plegen we de meest ingwikkelde klemtoon-, tempo- en toonhoogtevariaties. Kinderen leren zo hun moedertaal spelenderwijs. Voor een vreemdeling blijft een vreemde taal bijna altijd vreemd. Je herkent zo iemand aan onjuiste accenten. Dat geldt ook voor ons als we een vreemde taal spreken.

De eerste computerstemmen ontbrak het aan de natuurlijke beweging. Alle drie accenten waren gelijk in de hele zin.

Wat gebeurt er nu bij metrum? Dan wordt het dynamisch accent regelmatig gemaakt, dus onnatuurlijk. Het temporeel en melodisch accent blijven natuurlijk.

Een omschrijving van metrum is: de regelmatige afwisseling van sterk- en zwakblemtoonde lettergrepen. Nadruk op regelmatig.


Om dan nu bij je vraag terecht te komen: je houdt bij het voordragen van een vers nooit rekening met de metriek. Dan schaad je het natuurlijke element van de voordracht.

Gert


Het Poëzie-Leestafel forum








Versanalyse en interpretatie


Home        Gastenboek        Gastenboek 2011