RozemarijnOnline




Poëzie:
metrum



























Metrum bepalen





Vraag gastenboek: Hoe bepaal je een metrum?
(3 juli 2014)


Beste Rozemarijn,

ik loop een beetje vast in het analyseren van een gedicht 'Kerkhof' van Jeanne Pierre Rawie. Hoe bepaal je een metrum?

Zou u mij misschien willen helpen met het bepalen van het metrum van het gedicht 'Kerkhof'?

Alvast bedankt!

Groetjes, Chloé.

---

Kerkhof


Een herfstdag tegen Allerzielen,
het was niet anders dan het was
de zon, de bladeren die vielen,
het hek, de zerken en het gras.

Ik had een tijdje rondgezworven
voor ik haar graf gevonden had,
want er wordt toch nog meer gestorven
dan je zou denken in zo'n stad.

En half beschaamd en half bewogen
- je ziet jezelf een beetje staan -
heb ik verwonderd overwogen
hoe vreemd de dingen altijd gaan,

hoe onverbiddelijk de liefde
verband houdt met verdriet en rouw,
en of ik als zij nu nog leefde
nog zoveel om haar geven zou.

En nimmer was het dichter bij me
en nimmer verder van mij af,
het denken over de geheimen
de gruwelijke van het graf.


Jeanne Pierre Rawie





Antwoord     (4 juli 2014)


Dag Chloé,

Om het metrum van een gedicht te bepalen, is het het makkelijkst om allereerst te kijken naar de beklemtoonde lettergrepen in een zin (dus de klanken in een zin, die nadruk krijgen).

Als ik ze onderstreep in de eerste strofe van dit gedicht van Rawie, krijg je:

Een herfstdag tegen Allerzielen,
het was niet anders dan het was
de zon, de bladeren die vielen,
het hek, de zerken en het gras.

Als je hardop leest, kun je deze beklemtoonde lettergrepen met je vingers meetellen - dan hoor je het regelmatige ritme van de zinnen.

Hoewel sommige lettergrepen van zichzelf niet de klemtoon hebben (was, dan, (blade)ren, en), kun je toch in het ritme doorlezen.

Je ziet hier dan steeds: niet onderstreept-wel onderstreept, dus: niet beklemtoond, wel beklemtoond, niet, wel, niet, wel, dat gaat vrij consequent de hele strofe zo door. Alleen staat soms aan het regeleinde een onbeklemtoonde lettergreep, en begint ook de volgende zin weer met een onbeklemtoonde (2x 'niet' achter elkaar). Hierdoor moet je even pauzeren bij het lezen.

Dit regelmatige ritme onbeklemtoond-beklemtoond (zwak-sterk), dit metrum, wordt een jambe genoemd. Door de onderstrepingen zie je ook eenvoudig dat er in elke regel 4 beklemtoonde lettergrepen zijn. Dit wordt een vier-jambische versregel genoemd.


Voorbeelden van de verschillende soorten metrums:

jambe  (zwak-sterk):
Een nieuwe lente en een nieuw geluid

trochee  (sterk-zwak):
Constantijntje, 't zaligh kijntje

dactylus  (sterk-zwak-zwak):
Grauw is uw hemel en stormig uw strand

anapest  (zwak-zwak-sterk):
Kan het zijn dat de lier, die sinds lang niet meer ruiste

amfibrachus  (zwak-sterk-zwak):
Er stond in het bos een klein huisje te koop


Je vindt meer over het metrum van gedichten bij onderstaande link.

Veel succes met het analyseren van het gedicht!

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

www.rozemarijnonline.net - Kenmerken van poëzie





Re:     (4 juli 2014)


Dag Rozemarijn,

Ontzettend bedankt voor de moeite en uitleg! Ik kan hier heel veel mee en snap het eindelijk een beetje :)

Groetjes, Chloé.





Re:     (5 juli 2014)


Fijn dat het zo wat duidelijker is! Attent dat je dat nog even laat weten.

Veel succes en met groet!

Rozemarijn.

www.rozemarijnonline.net - Kenmerken van poëzie









Ezelsbruggetje


Hoe onthoud je welke naam een bepaald metrum heeft?

Het woord 'jambe' is zelf een trochee (sterk-zwak).
Het woord 'trochee' is zelf een jambe (zwak-sterk).
Het woord 'dactylus' is zelf een dactylus (sterk-zwak-zwak).
Het woord 'anapest' is zelf een anapest (zwak-zwak-sterk).
Het woord '(am)fibrachus' bevat een amfibrachus (zwak-sterk-zwak).









Vraag gastenboek: Metrum bij Achterberg
(18 december 2014)


Beste Rozemarijn,

Al een aantal maal heb ik uw website geraadpleegd voor informatie over het analyseren van gedichten.

Voor m'n examen moet ik gedichten analyseren. Omdat ik vastloop op het metrum wilde ik u vragen om mij met één gedicht te willen helpen? U zou me daar geweldig blij mee maken, ik kan namelijk niet alles online vinden en ben dan niet zeker of ik het goed begrepen en goed gemaakt heb.

Het gaat om een gedicht van Achterberg. Ik zie geen logica in elk geval, dus naar mijn idee is er geen vast metrum.

Bij voorbaat heel, heel erg bedankt voor de moeite die u eventueel wilt nemen.

Met vriendelijke groet,

Tessa.

---

Afspraak


Nu de lantarens aangaan in de schemer,
Wordt ieder huis zachtzinnig als een vrouw.
Ik adem vroegere verwachting, die zich nog weer
tot d'oude werkelijkheid vervullen wou.

Gij hebt mij bij het kerkhof afgesproken.
Met kloppend hart ga ik de laatste straat.
O uur dat nooit vergaat, hoewel ik word bedrogen,
o hart dat klopt, hoewel het niet meer slaat


Gerrit Achterberg





Antwoord     (19 december 2014)


Dag Tessa,

Wat betreft het metrum: ik zie hierin een jambe (met vijf- en zesjambische versregels). Hoewel je formeel grotendeels gelijk hebt met je analyse van de heffingen en dalingen, kun je toch een woord dat in proza onbeklemtoond zou zijn, in poezie eenvoudig een nadruk meegeven om in het metrum door te kunnen lezen.

Ik lees het dan zo (benadrukte lettergrepen zijn hier vet; onbeklemtoonde die toch op een heffing vallen zijn hier cursief):

Nu de lantarens aangaan in de schemer,
Wordt ieder huis zachtzinnig als een vrouw.
Ik adem vroegere verwachting, die zich nog weer
tot d'oude werkelijkheid vervullen wou.     (werk'lijkheid)

Gij hebt mij bij het kerkhof afgesproken.
Met kloppend hart ga ik de laatste straat.
O uur dat nooit vergaat, hoewel ik word bedrogen,
o hart dat klopt, hoewel het niet meer slaat.

Als je hardop leest, kun je eenvoudig de sterke lettergrepen (vet en cursief) met je vingers meetellen. In r. 4 moet je een lettergeep van het woord 'werkelijkheid' samentrekken (elisie) om in het metrum te blijven (maar dat ligt dicht tegen de natuurlijke uitspraak die mogelijk is bij dat woord). Als je meetelt, zie je nu eenvoudig dat r. 3 en r. 7 zesjambische regels zijn, de anderen vijfjambische (de opbouw van beide strofen is dus gelijk, in beide gevallen is de derde regel langer).

Antimetrie, en heffingen op onbeklemtoonde lettergrepen (hier cursief), worden vaak gebruikt om te voorkomen dat het gedicht een 'dreun' gaan worden - de vaste regelmaat wordt iets verzacht, de dreun van een jambe wordt iets verdoezeld. Maar natuurlijk geeft het de dichter ook meer vrijheid om een tekst te schrijven, het is heel lastig om consequent (om het woord) een klemtoon op een heffing te krijgen. (N.B.: als je het gedicht zou moeten voordragen, moet je natuurlijk niet ineens die onbeklemtoonde lettergrepen zwaar gaan benadrukken, maar gewoon natuurlijk lezen - het helpt je juist om een dreun te vermijden).

Er zijn regels die echter vrijwel perfect aan de jambe voldoen (bijv.: wordt ieder huis zachtzinnig als een vrouw - alleen 'als' is eigenlijk onbeklemtoond) en dat zet je op het spoor. En voor de andere regels geldt: als je doorleest in een jambe, kom je steeds goed uit (de beklemtoonde lettergrepen vallen steeds op plaatsen waar je volgens het jambe ook een beklemtoonde lettergreep verwacht). Dat is bij volledig vrije verzen, zonder vast metrum, niet het geval.

De vormvastheid van het gedicht, vaste strofen, ongeveer gelijke regellengtes, zet je al op het spoor dat de dichter ook wel eens een vast metrum kan hebben gebruikt; de kans is groter dan bij een vrij vers.


Tot zover het metrum in dit gedicht van Achterberg. Veel succes bij het voorbereiden van je examen.

Met vriendelijke groet,

Rozemarijn.

Kenmerken van poëzie





Antwoord     (19 december 2014)


Beste Rozemarijn,

Heel erg bedankt voor het uitgebreide antwoord, dit helpt mij ook heel erg bij de analysatie van andere gedichten.

Een hele fijne Kerst gewenst en nogmaals bedankt.

Met vriendelijke groet,

Tessa.








Sluit dit venster om terug te gaan naar de pagina over poëzie van rozemarijnonline.net.

Ben je rechtstreeks op deze pagina terechtgekomen, klik dan hier om naar de pagina over poëzie te gaan.



Artikel Kenmerken poëzie